Hoe ik mijn foto’s maak

Voedsel is een populair onderwerp in de kunst. Bedenk alleen maar eens hoeveel stillevens van fruitmanden er door de eeuwen heen geschilderd zijn. Ergens is dat ook wel te begrijpen. Voedsel is kleurrijk en kent eindeloos veel variaties in vormen en textuur. Voor fotografen is het bovendien wel fijn dat voedsel niet beweegt of zijn geduld verliest. Een prima onderwerp voor als je, zoals ik, toch al van lekker eten houdt en fotografie er als hobby bij doet. Blijkbaar doe ik ook iets goed, want ik krijg steeds vaker vragen over hoe ik mijn foto’s voor deze blog en op instagram maak.

Laat ik beginnen met te zeggen dat apparatuur er niet zo heel veel toe doet. Om een mooie food-foto te maken, heb je niet meer nodig dan een camera, een mooi gerecht en goed licht. Zelf gebruik ik meestal onze Nikon D3400 en daglicht. De D3400 is een spiegelreflexcamera die we vorig jaar nieuw kochten om goede babyfoto’s te kunnen maken van onze kleine spruit. Je bent een kleine 500 euro verder als je deze camera met lens nieuw gaat kopen, maar dat is verre van noodzakelijk. Met een telefoon kun je al mooie foto’s maken, maar een “echte” camera maakt het leven wel een stuk makkelijker!

Welke spullen heb je nodig?

Elke digitale spiegelreflex ooit gemaakt is meer dan goed genoeg om foto’s voor op internet te maken. Vind je op een rommelmarkt nog ergens een stoffige Nikon D70 of een Canon EOS 300D van vijftien jaar oud voor bijna niets? Ze liggen misschien wat lomp in de hand, maar het zijn prima camera’s voor als je weinig budget hebt! Investeer je camerabudget liever in een betere lens dan in een duurder toestel.

Voor digitale camera’s geldt wel dat nieuwer beter is, maar zoals ik al zei: alle spiegelreflexen zijn goed. De controle die een spiegelreflex je geeft, is de investering zeker waard boven een compactcamera of je telefoon. Kies dus liever een tweedehands spiegelreflex van een paar jaar oud, dan een nieuwe compactcamera.

Het belangrijkste onderdeel van je camera is de lens. De meeste camera’s worden geleverd met een redelijke zoomlens en dat is voor food-fotografie ook wel prima. Heb je meer te besteden, koop de body van je camera dan los en zoek er een goede macro-lens bij. Je kunt dan van veel dichterbij scherpstellen, wat van pas kan komen als je kleine details groot in beeld wilt brengen. Een cirkelpolarisatiefilter (dubbele woordwaarde) maakt je lens compleet. Wat kun je daarmee? Als je vaak in daglicht fotografeert, kun je er hinderlijke reflecties mee ‘wegdraaien’ die anders witte vlekken in je foto’s zouden veroorzaken.

Polarisatiefilter actief
Polarisatiefilter niet actief
previous arrow
next arrow
Slider

Een echt onmisbaar onderdeel voor food-fotografie, is een statief. Je kunt dit zo duur maken als je maar wilt en honderden euro’s spenderen aan een driepoot van koolstofvezel die staat als een huis. Voor foto’s met een kleine camera van dichtbij is dat allemaal nergens voor nodig. Het belangrijkste is dat je de camera stil kunt neerzetten op precies de plek die jij nodig hebt voor je beeld. Als je geen loodzware camera gebruikt, heb je ook geen zwaar statief nodig en kun je daar flink op besparen. Ook een piepklein statiefje van een tientje zorgt dat je al mooie food-foto’s kunt maken, ook als je eens wat minder goed licht hebt. Uiteindelijk is het de creativiteit die een goede foto bepaalt, niet je apparatuur.

Nog meer techniek: instellingen

Er zijn grofweg drie ‘knoppen’ waar je als fotograaf aan kunt draaien om te beïnvloeden hoe een foto eruit ziet: sluitertijd, diafragma en scherpstelling. Moderne camera’s nemen zelf prima beslissingen over sluitertijd en scherpstelling. Wat overblijft, is het diafragma en dat is dan ook meteen de meest ingewikkelde van de drie. Het diafragma bepaalt hoe groot de opening aan de achterzijde van je lens is, en die opening bepaalt hoeveel van je foto precies scherp is: de scherptediepte. Huh?

Granolataartjes

Een camera stelt altijd scherp op een punt dat zich in een denkbeeldig plat vlak ergens voor de camera bevindt. Alles wat zich op precies die afstand bevindt, komt haarscherp in beeld. Voorwerpen voor of achter dit scherpstelvlak dus niet! Door de lensopening kleiner te maken, kun je er als fotograaf voor zorgen dat voorwerpen voor en achter het scherpstelvlak ook scherp in beeld komen. Hoe groter de lensopening, wat in diafragma-termen ook een groter diafragma genoemd wordt, hoe groter de scherptediepte.

De grootte van het diafragma wordt aangegeven in f-stops. Het voert veel te ver om daar diep op in te gaan, maar weet dat je getallen kunt tegenkomen van f/1.0 (lens voor 100% open) tot ongeveer f/36 op normale consumentencamera’s.

f/36: alles scherp
f/5.6: alleen de voorgrond scherp
previous arrow
next arrow
Slider

Kies je voor een grote lensopening, dan kun je spelen met bijvoorbeeld scherpte in de voorgrond tegen een onscherpe achtergrond, wat een mooi diepte-effect kan geven in je foto’s. Zorg er bij een digitale camera wel voor dat je niet te ver boven diafragma f/8 komt, want vanaf een punt daar in de buurt wordt je hele foto weer onscherper. Dat is een onhebbelijkheid van digitale camera’s waar helaas niets aan te doen is.  Zet je camera op halfautomatisch, modus ‘A’ van ‘aperture-priority’, als je met het diagragma gaat spelen. De camera geeft je dan de controle over het diafragma, en kiest er zelf een goede sluitertijd bij.

Wat nog overblijft, en waar je veel over hoort, zijn ISO-waarden. ISO zegt iets over de lichtgevoeligheid van je sensor, een chip in de camera die het beeld daadwerkelijk opneemt. Vroeger -toen we nog filmrolletjes kochten- was ISO belangrijk, nu niet meer. Je fotografeert vanaf een statief, dus bewegingsonscherpte is geen issue. Zet de ISO-waarde daarom vooral vast op de laagste waarde die je camera ondersteunt. Waarom? Je hebt nooit écht invloed op de gevoeligheid van je sensor. Het is, in tegenstelling tot het verwisselbare filmrolletje vroeger, een vast onderdeel van je camera dat niet ineens verandert doordat jij in een menuutje een andere gevoeligheid kiest.

Door te doen alsof je sensor met minder licht uit de voeten kan, gaat de boordcomputer van de camera inleveren op beeldkwaliteit: er verschijnt lelijke ruis in beeld in ruil voor kortere sluitertijden. Hoe lager de ingestelde ISO-gevoeligheid, hoe mooier de foto’s die je uiteindelijk krijgt want hoe minder ruis. Hoge ISO-waarden zijn alleen interessant als je onderwerp (of de camera zelf) beweegt. Een beetje ruis in ruil voor een scherpe foto is dan ook al gauw acceptabel, maar in ons geval is het niet nodig.

Instellingen Nikon D3400
Het instelwiel op A, rechts daarboven de knop met +/- symbolen voor belichtingscompensatie.

De rest van de belichting regel je met het knopje voor ‘belichtingscompensatie’. Zoek in de handleiding van je camera even waar het zit, alle spiegelreflexen hebben het. Wat je ermee doet, is met een simpele draaiknop de belichting wat feller of juist wat donkerder te maken. Het hele verhaal over sluitertijden kun je daardoor overslaan en met een gerust hart aan je camera overlaten.

Ga koken!

Samenvattend: schroef je camera op een statief, zet de ISO zo laag mogelijk en de camera op standje ‘A’ van aperture-priority. Ga koken, maak foto’s, leer en experimenteer! Digitale foto’s kunnen bijna niet mislukken en ze zijn gratis. De slechtste foto is de foto die je niet hebt genomen van het gerecht dat je niet hebt gemaakt, alleen maar omdat je blogjes zat te lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.