Frisse karnemelkpudding met aardbeien

karnemelkpudding aardbeien

Een tijdje geleden kwam mijn moeder aanzetten met een doosje puddingvormpjes. Mijn moeder denkt namelijk dat ik, omdat ik een foodblog heb, graag mijn hele keuken vol heb staan met tierelantijntjes die je één keer per jaar gebruikt. Ik maak namelijk zelden tot nooit pudding. Maar goed, die dingen lagen te vegeteren in de la, dus ik besloot eens een puddingrecept op te zoeken. Iets anders dan anders en niet te zoet. En zo stuitte ik op deze karnemelkpudding met aardbeien.

Als kind dronk ik al best wel vaak karnemelk. Het was altijd in huis omdat mijn vader het steevast bij zijn ontbijt dronk. Karnemelk heeft altijd een hele slechte naam gehad. Als je als kind op school bij de schoolmelk karnemelk had was je echt het sukkeltje van de klas. Ik had chocomelk, dus ik was cool, en dik. Ja, ik verzweeg als kind echt dat ik karnemelk lustte want dan werd je geheid uit de groep gegooid. Keihard, die kinderen.

Van oudsher was karnemelk een bijproduct van boter. Bij Engelsen staat karnemelk daarom bekend als buttermilk. Aan rauwe melk werd een mengsel van melkzuurbacteriën (zuurstel) toegevoegd. Deze melk werd vervolgens gekarnd, oftewel in beweging gebracht door roeren of schudden. Hierdoor werden de samengeklonterde vetdeeltjes (de boter dus) van de vloeistof (dat is de karnemelk) gescheiden.

Tegenwoordig produceert de levensmiddelenindustrie karnemelk op een veel grotere schaal. Het is niet langer meer een bijproduct van boter, maar wordt het gemaakt van magere melk. Door middel van melkzuurbacteriën vindt er een omzetting (fermentatie) plaats van lactose (melksuiker) naar melkzuur. Hierdoor ontstaat karnemelk. Bij veel zuivelboerderijen en in natuurwinkels wordt nog traditionele karnemelk verkocht.

Het is jammer dat karnemelk zo’n slechte naam heeft want het is heel gezond, het staat bol van de goede voedingsstoffen als vitamines als B2, B12, eiwitten, calcium en kalium. Daarbij is het veel magerder dan gewone melk. En het is goed voor je darmflora. De melkzuurbacteriën in karnemelk hebben een positief effect op darmbacteriën. Tja, ik weet nou ook niet zó veel van voedingsmiddelen, maar wat ik wél weet is dat ik regelmatig een glas karnemelk neem als ik misselijk ben of mijn darmen niet zo lekker in hun vel zitten. Ik voel me daarna een stuk beter.

Eiwitklontertjes

Goed, je zit natuurlijk totaal niet te wachten op geleuter over mijn darmflora. Dus over naar een ander karnemelkweetje, de strepen die achter blijven in het glas. Deze worden veroorzaakt door de samenstelling van de drank. Karnemelk bestaat uit water, eiwit, zout en melkzuur. Door het melkzuur gaan de eiwitdeeltjes samenklonteren. Doen ze in gewone melk ook, maar die klontjes zijn amper waarneembaar. Door de zwaartekracht zakken de eiwitklontertjes naar beneden.

Voor je karnemelk gaat drinken moet je het pak altijd even schudden omdat de karnemelk zich opsplitst  in een zuur, dun laagje bovenin en een dikke drab onderin. Als je een glas karnemelk leegdrinkt blijven de klontjes aan het glas kleven. De karnemelk gaat zich weer scheiden en de zwaarte deeltjes zakken als eerste naar beneden. Die trekken een ‘schoon’ spoor en zo ontstaan de strepen. Nou, dat had je altijd al willen weten, dus bij deze.

Soep van karnemelk…

Met karnemelk kun je heel veel kanten op. Naast dat je het kunt drinken kun je het verwerken in smoothies, pannenkoeken en koekjes. Ook kun je het prima gebruiken om hangop van te maken en in sommige landen maakt men er zelfs soep van. Persoonlijk moet ik dáár dan weer niet aan denken, maar okee. Wat wel mijn goedkeuring kan wegdragen is deze karnemelkpudding. Lekker fris en het valt niet als een steen op je maag.

Tipje van mij: licht je eters wel in wat voor pudding het is, want door het uiterlijk krijg je het idee dat je iets heel zoets gaat eten en dan kan het een vreselijke deceptie zijn… Mijn testpanel dacht dat ze een soort Mona puddinkje weg gingen lepelen en ja, dan is het even omschakelen. Maar de kritieken waren lovend en dit toetje mag vaker op tafel komen!

Wat gaat erin:

(ca. 1 liter pudding, dat zijn ongeveer 8 mini’s zoals op de foto)

  • 500 ml karnemelk
  • 1 doosje diepvries aardbeien (225 gram)
  • 250 ml ongezoete slagroom
  • 9 blaadjes gelatine
  • 3 eetlepels honing
  • paar takjes munt (garnering)
  • handje verse aardbeien (garnering)

Hoe maak je het:

Week de gelatine in een kommetje koud water. Doe de bevroren aardbeien in een steelpan en verwarm tot ze zacht worden. Haal van het vuur en pureer ze even met de staafmixer. Knijp de gelatine uit en roer dit door het nog warme aardbeienprutje tot de gelatine is opgelost. Roer tevens de honing er door.

Klop de slagroom stijf met een mixer of garde. Roer het aardbeienmengsel door de karnemelk en giet dit beetje voor beetje bij de opgeklopte slagroom terwijl je het goed door roert.

Giet het mengsel in de puddingvormpjes en laat minimaal vier uur opstijven in de koelkast. Serveer de puddinkjes met fijngehakte muntblaadjes en in stukjes gesneden verse aardbeien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.